Home Nieuws Beleggings-bv en huwelijksgemeenschap
Beleggings-bv en huwelijksgemeenschap

Beleggings-bv en huwelijksgemeenschap: let op!

Met ingang van 2010 kunnen aanmerkelijkbelangaandelen in een ‘beleggings-bv’ niet meer zonder heffing van inkomstenbelasting vererven naar de erfgenamen. Over de meerwaarde moet bij de erflater in de inkomstenbelasting worden afgerekend tegen het aanmerkelijkbelangtarief van 25%. Hierdoor kan de gecombineerde belastingdruk inkomstenbelasting en erfbelasting bij een vererving naar de kinderen of de langstlevende echtgenoot oplopen tot 40%.
Bij een beleggings-bv kan worden gedacht aan een bv waaruit de onderneming is verkocht en waarin nu liquiditeiten, vorderingen, beleggingen of panden zitten.

De gedachte van de wetgever hierachter is dat hij niet meer wil dat de inkomstenbelastingclaim op de meerwaarde onbeperkt in de tijd wordt doorgeschoven naar toekomstige generaties.

Door een nadere aanpassing met ingang van 2011 is echter duidelijk dat er ook moet worden afgerekend als het deel van de “beleggingsaandelen” van een in gemeenschap van goederen gehuwde erflater (dus zijn of haar 50%) na het overlijden wordt toegedeeld aan de langstlevende echtgenoot, bijvoorbeeld in het kader van een verzorgingsplicht voor de langstlevende echtgenoot.

Dit terwijl een toedeling van de aandelen in een beleggings-bv aan de huwelijkspartner in het kader van de verdeling van een huwelijksgemeenschap na echtscheiding of na opheffing van de huwelijksgemeenschap tijdens leven wél fiscaal geruisloos mogelijk is.

De praktijk wordt zo eigenlijk min of meer ‘gedwongen’ om in voorkomende gevallen na te denken over een opheffing van die huwelijksgemeenschap en toedeling van de aandelen aan de “beoogd langstlevende” in het zicht van overlijden om zo de inkomstenbelastingheffing te voorkomen!

Er zijn dus veel voetangels en klemmen bij deze lastige materie.


21/2/2011